Belezenissen

Belezenissen

Is een boom soms een mens, dat u tegen hem moet strijden

Is dit onze Vader?

Waarom ik van de God van het Oude Testament houd,

ff0c041cc712ec281c476bc61946a514boek geschreven door (dr.) Hetty Lalleman, ArkMedia 2014

Lalleman, ik hou ook van de God van het oude testament. En wat heeft u er een heerlijk boek over geschreven. Over die God van die oude boeken uit een andere cultuur, een ander land en uit hele andere tijden dan de onze. Dit toegankelijke dunne boek van de docent Oude Testament aan Spurgeon’s College in Londen, sluit prachtig aan bij mijn missie ‘iedereen heeft een bijbelmaatje nodig’. Want dit werk geeft een inkijk en uitleg aan ‘rare’ dingen uit het OT die ook ons wat willen zeggen over wie God is. Lalleman is je gids. Lalleman leidde ook de redactie van het boek Ongemakkelijke teksten van het OT in een reeks met ook twee boeken over het NT en promoveerde op Jeremia.

Natuurlijk kan ik alle opmerkingen van ene Dimitri over het OT niet wegvegen met dit boek. Maar dat ze op pagina 13 de bescherming van de natuur aanhaalt in oorlogstijden ‘is een boom soms een mens, dat u tegen hem moet strijden’?, doet me denken aan de college’s OT op de ETH van mevrouw Veen-Vrolijk en meneer Wulffraat. Die wakkerden mijn liefde voor de God van het OT aan.

Het lezen van van het OT is soms vervreemdend. De wereld van de auteurs staat zo ver af van de onze. Al die regels bijvoorbeeld. Lalleman citeert Chris Wright die concludeert dat er in het OT drie reacties zijn op de culturen rondom: verwerping, aanname met bepaalde reserve en acceptatie. Verworpen worden alle vormen van occultisme en seksuele perversie. Echtscheiding en slavernij krijgen regels omdat ze niet het ideaal zijn maar wel met zekere reserve getolereerd worden. Lalleman vult dan aan dat slavernij geen transatlantische slavenhandel was maar de slaaf was vaak meer zoiets als een werknemer (onze loonslaaf?). Israël mag de gebruiken van de landen rondom, accepteren als het gaat om familie: respect voor ouders en familiebanden. Alleen in het Nieuwe Testament gaat Jezus een stap verder. Hij laat duidelijk merken dat familiebanden niet in de plaats van God mogen komen en zeker ons niet verhinderen om Hem te dienen en lief te hebbben.

De auteur daagt ook uit om juist de hele bijbel te lezen. Als kleine kritiek voert ze aan dat in sommige kerken God te lief is gemaakt en in andere de preken deprimerend zijn voor de onevenredige aandacht voor zonde en oordeel. Ze schrijft: “Maar er zijn toch strenge gedeelten in de bijbel? En het OT lijkt er mee vol te zitten. Wat moet je daar dan mee? In dit boek heb ik geprobeerd dat beeld van de ‘strenge, straffende God van het OT’ bij te stellen, omdat het naar mijn mening te eenzijdig is. God straft in het OT, Hij brengt het oordeel over mensen, maar de genade gaat altijd voorop en heeft het laatste woord. Er wordt niemand weggestuurd die eerlijk probeert God te dienen en op Hem te vertrouwen.”

Eigenlijk lijkt het leven makkelijker in het OT. Het verschil? Israël woonde in één bepaald land en in een tijd waarin alles van het leven hier werd verwacht. De nieuwtestamentische gemeente is niet aan één land of plaats gevonden en voor dit leven worden ons niet automatisch aardse zegeningen beloofd. “Als mensen geloof en materiële zegen als onlosmakelijk met elkaar verbonden zien, hebben ze te weinig oog voor de context van de beloften van zegen en de verschillen tussen het OT en NT.” Nee, nog heftiger: “volgelingen van Jezus hebben geen instant ‘succesevangelie’, ze volgen de gekruisigde Heer. Lijden lijkt het kenmerk van een volgeling van Jezus.” Maar het lijden op aarde is tijdelijk. Deze citaten komen uit het hoofdstuk ‘Waarom lijden rechtvaardige mensen’; en (niet alleen) dat hoofdstuk vraagt wel wat gezamelijke overdenkingstijd en bespreking.

Tijd voor een leeskring over dit boek.

 

Advertenties

De vierde vrouw

De Vierde vrouw. De wonderlijke lotgevallen van een tegendraads theoloog – Frans Willem Verbaas schrijft een theologische historische roman over Karl Barth.

Karl Barth. Daarvan heb ik al twee decennia 1 Amerikaanse pocket met iets van Triumph in de titel in de kast staan terwijl de meeste mensen om mij heen Duitse boeken verzamelen van hem. Die pocket heb ik nog niet gelezen. Ik ken ‘m eigenlijk alleen van citaten in andere theologische werken. Maar door Verbaas heb ik ‘m ontmoet. Ha ha. Wat een wonderlijk verhaal heeft hij verteld over een stokoude professor die z’n lijkrede schrijft in een oude Triumph in een grootse villa in Harare in 2005. En die in z’n laatste dagen ontdekt dat hij wel vier vrouwen heeft liefgehad elk met hun eigen inspiratie en mysterie. Ik kreeg de neiging om naar Restaurant Charon af te reizen om stiekem mee te luisteren met het Bazeler Metusalem Gezelschap of om hoekje te kijken in het Zwitserse Vaticaan.

Historische romans geven een makkelijke kennismaking met de geschiedenis. En deze theologische roman doet daar aan mee. Het is interessant en heerlijk weglezen tegelijk. Ik vermoed dat lezers die vertrouwd zijn met Barth’s theologie veel hints oppikken naar werkelijke dilemma’s maar voor mij is het een instapmodel voor de ‘echte theologische werken’; en of het meteen de KD gaat worden – eh, daar twijfel ik nog wel over. Want die verzameling is met zoveel moeite en spanning tot stand gekomen, daar durf je niet zo maar aan. Ik ga eerder op zoek naar het herderlijk schrijven voor dominees achter het ijzeren gordijn.

De lessen van mevrouw Lohmark

Mevrouw Lohmark geeft biologieles. Ze heeft zelf alles al overleeft in de DDR en vraagt dat van de wereld om haar heen ook. Of eigenlijk: van de leerlingen. Haar lesmateriaal bestaat uit ecosystemen, erfelijkheid en afstammingsleer. Als het ecosysteem dramatisch verandert, moeten soorten zich aanpassen. Als ze dat niet doen, sterven ze uit. Zij past zich niet aan. Ze geeft les op de ouderwetse manier. Altijd al. 30,5 jaar. De erfelijkheid maakt alles fatalistisch. Heeft lesgeven eigenlijk wel zin? De giraffen zijn het voorbeeld van de afstammingsleer. De titel van de Duitse versie van het boek, de originele versie dus, spreekt van de hals van de giraffe. Maar de giraffe rekt z’n nek om bij de lieve blaadjes van de hoge boom te kunnen en de mens rekt z’n nek en gaat recht op staan om z’n vijand of prooi te zien.

Ooit zat haar dochter een jaar bij haar in de klas. Beetje bij beetje ontvouwt zich haar familiegeschiedenis. Het meest schrijnende vertelt ze aan het eind. Als haar leerlinge Ellen gepest blijkt te worden en mevrouw Lohmark bij de schooldirecteur wordt geroepen en een preek krijgt, dan ontdek je dat haar dochter ook gepest werd en dat ‘mama’ toen niet ingreep, niet troostte, en het negeerde. Zo ook bij Ellen. Maar niet bij Erika – een bijzondere andere onbekende leerlinge. Die haalt ze persoonlijk met haar auto op als de bus stuk is. Au.

Dit boek van Judith Schalansky is prachtig geschreven. Je ruikt de school en de ginko, je voelt de pijn, met afschuw kijk je weg van nare geschiedenissen.

Op zoek naar een/de kerk

De kerk, waarom zou je meedoen?

 

“Als je een kerk binnenstapt, zul je mensen ontmoeten. Soms vastgeroest, soms revolutionair, soms gestrest, soms liefdevol. Het zijn mensen die proberen God tot hun leven te laten doordringen. En zo, via die mensen en via hun rituelen, zul je God ontmoeten.” Slotwoord De Kerk.

En of je dan niet in je eentje kan geloven? Dat probeerde Reinier Sonneveld acht jaar lang, en ondertussen denkt hij na over groepsdruk en kuddedieren en ontdekte hij dat hij niet anders kan. ‘Want wie zich origineel vindt, ‘citeert’ wel degelijk anderen, maar kent alleen z’n bronnen niet.’ Hij heeft dus de bronnen ontdekt en geniet er van. En met die ervaring en kennis schrijft hij een helder hoofdstuk over wat een kerk doet; de meestvoorkomende rituelen krijgen een hedendaagse uitleg. Maar de pagina’s over het mooie van de diversiteit binnen de kerk overtuigen me niet. Ik herken ‘t wel maar vind ‘t misschien wel het lastigste in de praktijk. Het boekje zou te persoonlijk en particulier worden als hij hier concreter wordt. Toch wringt dat. Juist als ik zelf op zoek ga naar een kerk op fietsafstand in plaats van na onze verhuizing voor 25 km de auto te pakken. De checklist achterin vraagt bijvoorbeeld of de kerk de bijbel recht doet. Hoe beoordeelt de gemiddelde nieuwe kerkganger of ex-ganger dat?

De schandalen van de kerk krijgen een hoofdstuk. Waarom is de kerk eigenlijk niet al lang leeg is de vraag? Het antwoord is dat het kwaad een menselijk probleem is en dus buiten de kerk net zo veel voorkomt. En dan komt er een mooie metafoor over hoog klimmen en diep vallen. De kerk streeft naar heiligheid en neemt daarom het grootste risico op schijnheiligheid. De eerste christenen waren mensen onderweg, ze waren halverwege.

Sonneveld kondigt aan te gaan vertellen waarom hij weer met de kerk meedoet. En hij legt uit wat de kerk is, wat ze daar doen en waarom een nuchter, modern iemand eraan meewerken. Die laatste is een omschrijving van zichzelf vermoed ik. Hij doet of het een egodocument is maar laat erg weinig los van hoe hij zelf de antwoorden op z’n checklist heeft gegeven en wat hem over de streep trok. Daarvoor zal ik ‘m dan persoonlijk moeten kennen en ontmoeten. Ik moet Monique Samuels Geloven 2.0 inclusief haar kerkdilemma’s nog lezen. Zou zij over 10 jaar schrijven als Sonneveld? Hij is zeker volwassen geworden in de tijd dat hij niet naar de kerk ging. Hij is theoloog en dat is Monique vooralsnog niet.

Sonneveld kan goed schrijven en weet veel. Zo schrijft hij een prachtige inleiding op de kerkgeschiedenis en kerkgebruiken. Hij doet dat in hedendaagse taal en dat is soms bijna grappig. Bijvoorbeeld als hij schrijft dat Jezus het gebed het Onzevader verzon. Dat klinkt zo veel makkelijker of toegankelijker dan dat Jezus het zijn leerlingen leerde als Meester.

Dit boekje kan heel goed in het rekje bij de uitgang van de kerk liggen voor mensen die er toevallig eens komen en dan een goede uitleg achteraf krijgen van wat ze meemaakten. Ook kan de jeugdclub en zelfs de kerkeraad er wel een paar avonden over doorbomen. De reeks waar dit boekje in staat, is voor iedereen een aanrader. Hij heeft al geschreven over de kern van het geloof, over de bijbel, het leven en de vraag van het lijden.

Stil van Susan Cain

De kracht van introvert zijn in een wereld die niet ophoudt met kletsen

 

Stil is een vurig pleidooi voor introversie. Stil is een dossier vol mooie onderzoeksresultaten waar introversie een rol speelt. Het gaat over verkopers en hoogleraren die juist omdat ze introvert zijn, zo goed kunnen luisteren, dat ze  in hun missie beter scoren dan wat je op het eerste gezicht zou verwachten. Want dat is een van de opvallende kenmerken van introverten: als ze een missie hebben, dan gaan ze daar voor en zijn ze heel goed. Rosa Parks, Eleanoor Roosevelt en Ghandi zijn dan natuurlijk de hele grote voorbeelden. Maar dichterbij komt het als je Susan Cains eigen ervaringen leest. Dit boek zet me aan tot luisteren. Dat kon ik vroeger best goed. Ik heb me laten afleiden door vluchtige dingen. Een van DE tips – ja het is ook enigszins een zeer goed onderbouwd zelfhulpboek – is dat iedereen z’n herstelmomenten en herstelplekjes moet organiseren. En natuurlijk dat niemand 100% introvert of extravert is. En dat veel introverten extravert gedrag hebben aangeleerd en inzetten wanneer het echt nodig is. Ook een hoofdstuk dat ik misschien maar moet kopiëren uit dit geleende boek, is dat over het opvoeden van introverte kinderen.
En de Tedtalk is: http://www.youtube.com/watch?v=eQH2U-kmBdY&feature=share

En een deel van de conclusie van het boek typ ik gewoon lekker over als geheugensteuntje:

Liefde is wezenlijk, groepszin optioneel. Koester je dierbaren. Werk samen met collega’s die je aardig vind en respecteert. Speur onder nieuwe kennissen naar mensen die zouden kunnen behoren tot de voorgenoemde categorieën of wiens gezelschap je prijs stelt als doel op zich. En maak je niet druk over gezellig doen met de rest van de wereld. Menselijk contact maakt iedereen gelukkiger, ook introverte mensen, maar kies voor kwaliteit, niet kwantiteit.

Het geheim van het leven is om jezelf goed te belichten. Voor sommige mensen is dat in de schijnwerpers op het podium. Voor anderen is het achter een werktafel met een bureaulamp. Gebruik je aangeboren vermogens – doorzettingsvermogen, concentratie, inzicht en sensitiviteit – voor werk dat je leuk en belangrijk vind. Los vraagstukken op, maak kunst, denk diep na.

Zoek uit wat jij aan de wereld kunt bijdragen en zorg ervoor dat je die bijdrage levert. Als je daarvoor in het openbaar moet spreken, moet netwerken of andere dingen moet doen die je ongemakkelijk maken, doe ze dan toch maar. Maar aanvaard dat ze moeilijk zijn, volg een training om ze makkelijker te maken en beloon jezelf wanneer je klaar bent.

Anders Verder

Anders Verder van René de Reuver gaat over de kerk. Het zou vooral gaan over de Marcuskerk in Den Haag, maar ik vind dat het een enorme verzameling citaten en geschiedenis in de vorm van opsommingen is van hoe een kerk kan bestaan. Hij levert voor alle elementen van het huis, voor elk raam bijna wel de losse kozijnen, vensterbank en ruit en dan in de stijlen van elk decennia die je kan bedenken. Ik hou van kerkgeschiedenis, en ik wil er graag ook meer van onthouden maar ik vrees dat ik een zeer uitgebreid kwartetspel moet maken om alle tritsen en kwartetten die De Reuver verzameld heeft, langzaam in te slijten. Het toverwoord (van deze tijd en ook van de achterflap) missionair is niet enorm uitgewerkt of ik heb er door andere theorieën een te groot beeld van gekregen wat ik niet teruglees. Juist op het thema kerkontwikkeling vind ik het moeilijk om open onbevooroordeeld te lezen. Ik zou het boek aanraden aan iedereen die kilometers maakt in een herplant, kerkstichting of daarvan droomt. Dus ook mezelf. Ik bewaar het boek als naslagwerk als ik woorden nodig heb voor wat ik zie gebeuren straks, later, ooit. Want het is bijzonder mooi wanneer mensen de tijd nemen om met vakkennis en vakmanschap hun handen uit de mouwen steken om te bidden en te bouwen aan huizen van God voor mensen hier in Nederland.

Schaduwstad

Ik ging naar de Biënnale Gelderland in het MMKA met het thema De wereld zien in een korrel zand. En ik las Schaduwstad van Fleur Jurgens. Het museum ging pas om open om 11.00 en ik was er een half uur te vroeg. Dus heb ik op de stoep staand heel wat pagina’s verslonden.

Een van de indrukwekkendste inzendingen was voor mij Peter Jordaan. ‘Hij maakte met 1300 archetypische porseleinen huisjes een bijna onmetelijke ‘stad van nutteloze werken’, zoals op een van de daken staat geschreven. Schuilt in het betitelen van je eigen werk als nutteloos een vorm van humor of van ironie? Schoonheid ligt niet in het nuttige, maar in het nutteloze verborgen. De prachtig glanzende porseleinen huisjes zijn elk voorzien van een attribuut dat verwijst naar een gebeurtenis uit het nieuws van voorgaande jaren: klein nieuws en ook groot nieuws, zoals 9/11, de tsunami en de kernramp in Japan. Het is een stad in miniatuur, waarin de recente geschiedenis vol ongelukken, rampen en catastrofes gecomprimeerd wordt.’
En dan weer verder met Schaduwstad. Ik moest wel wennen aan de expliciete beschrijvingen van de voornamelijk seksueelgetinte wensdromen, dagdromen en nachtmerries van de vijftiger Herman Bul, journalist, hoofdpersoon. Hij eindigt bij de slager in een emmer terwijl een bromvlieg hem irriteert. Als een boek met zo’n einde begint, dan staat de boog gespannen. Van spanning wel te verstaan. Heb ik zin in deze shit? M’n maatschappelijke nieuwsgierigheid trok me over de streep. Het zou namelijk ook over corrupte woningbouwverenigingen en de Marokkaanse onderwereld gaan. Bul doorkruist Amsterdam-West en het Rifgebergte, sluipt binnen bij een besloten club en de directiekamer van de patsermoskee. En overal draait het om Laila, messen en mannelijkheden. Er is veel onrecht en moord en het eindigt met een vlieg die ons er niks over kan vertellen. Maar je wilt er wel over praten. Want mag zo’n Schaduwstad gewoon blijven bestaan?

Dwars door het Gooi met Burwoodbaby’s van Saray May

Een van de eerste romans die ik als forens heb gelezen, is De Burwood baby’s. Het heet een zwarte komedie. Vier tienermeiden raken in 1 zomer zwanger in het stadje met de minste tienerzwangerschappen in de hele regio. De verhalen van de scholieren zijn zo divers, dat ze een heel spectrum aan oorzaak en toekomstmogelijkheden van de zwangerschappen opleveren. En het is natuurlijk een puzzel wie bij wie hoort en wie dan van wie in verwachting is.

En het is somber en akelig maar zo spannend dat je doorleest. Sommige relaties van aanstaande ouderparen zijn goed en andere lastig of onmogelijk.  De meeste volwassenen; ouders en docenten, willen de baby’s niet. Daarom is het ook boeiend om te ontdekken hoe de tieners hun verschillende keuzes maken voor hun eigen toekomst en die van de baby’s. En dan lijkt ’t gewoon weer erg toevallig dat het er vier in 1 zomer waren.

Juffrouw Mensink

Op de Beatrixschool leerde juffrouw Mensink mij en nog 34 zesjarigen lezen. Hoe? Magie!

Berichtnavigatie